Koolhydraten vormen de belangrijkste energiebron voor paarden. Ze leveren de brandstof die nodig is voor beweging, warmteproductie, spierherstel en het functioneren van organen. Toch zijn koolhydraten complexer dan vaak gedacht: er bestaan verschillende soorten, met uiteenlopende verteringstrajecten en effecten op de gezondheid. Geen wonder dat deze groep van voedingsstoffen het meest misbegrepen wordt.
Zeker in de herfst – wanneer de voeding en de energiebehoefte verandert- wordt goed koolhydratenbeheer extra belangrijk.
In deze verdieping leer je wat koolhydraten zijn, hoe ze werken in het paardenlichaam, hoeveel ervan nodig is, en hoe je ze verantwoord inzet in het rantsoen, met speciale aandacht voor de herfst.
Wat zijn koolhydraten?
Koolhydraten zijn organische verbindingen die bestaan uit suikers, zetmeel en vezels. Ze zijn afkomstig uit plantaardig materiaal, en aanwezig in vrijwel alle voedermiddelen voor paarden.
Er zijn twee hoofdgroepen:
- Structurele koolhydraten: dit zijn vezels zoals cellulose, hemicellulose en lignine. Ze maken deel uit van de celwand van planten en worden niet enzymatisch verteerd, maar gefermenteerd door bacteriën in de dikke darm. Hierbij ontstaan vluchtige vetzuren (acetaat, propionaat, butyraat), die het paard als stabiele energiebron benut.
- Niet-structurele koolhydraten (NSK): dit zijn zetmeel, enkelvoudige suikers (glucose, fructose) en oplosbare suikers. Zetmeel en suikers worden in de dunne darm opgenomen en leveren snelle energie.
Fructanen vormen een aparte subgroep: ze zijn niet-oplosbare koolhydraten. Ze worden dus die niet in de dunne darm afgebroken maar pas in de dikke darm via microbiële fermentatie omgezet in energie. In overmaat kunnen ze problematisch zijn.
Hoe werkt de vertering van koolhydraten bij het paard?
Paarden zijn geëvolueerd als continue vezeleters. Meer dan 60% van hun spijsvertering is ingericht op het verteren van grote hoeveelheden ruwvoer. Vezels worden langzaam gefermenteerd in de dikke darm en leveren langdurige, stabiele energie. Deze fermentatie ondersteunt ook een gezonde darmflora en voorkomt zuurschommelingen.
Niet-structurele koolhydraten worden daarentegen snel afgebroken in de dunne darm. Dit geeft een directe stijging in de bloedsuikerspiegel en insulineproductie. In kleine hoeveelheden is dat geen probleem, maar bij grote porties – of bij paarden die gevoelig zijn voor suikers en zetmeel – kan dit leiden tot:
- Insulineresistentie (IR)
- Hoefbevangenheid
- Verstoring van de darmflora
- Gasvorming en koliek
Fructanen zijn polymeren van fructose die niet door de enzymen in de dunne darm worden afgebroken. Ze bereiken onverteerd de dikke darm, waar ze worden gefermenteerd. Daar kunnen ze leiden tot plotselinge veranderingen in de pH en microbiële samenstelling, met risico op hoefbevangenheid of gaskoliek. Als daarbij ook de hoeveelheid NSK te groot is om volledig verteerd te worden in de dunne darm, is de kans op problemen zo goed als zeker.
Hoeveel koolhydraten heeft een paard nodig?
De exacte behoefte aan koolhydraten hangt af van:
- Activiteit: sportpaarden hebben meer snelle energie – maar wel afgestemd – nodig dan recreatiepaarden
- Rastype: sobere rassen zijn efficiënter in hun energiegebruik
- Gezondheidstoestand: paarden met IR, EMS of PPID verdragen minder NSK
- Voerfrequentie en -opbouw: meerdere kleine porties zijn beter dan twee grote
Voor gezonde paarden is een NSK-gehalte van 12–15% in het totale rantsoen (droge stof) normaal en veilig. Alleen paarden met stofwisselingsstoornissen hebben baat bij een lager aandeel (<10%, soms <6%). Bij sportpaarden op hoog niveau kan de behoefte zelfs oplopen tot 30% of meer.
Belangrijk: kijk altijd naar het gehele rantsoen per dag, niet alleen naar het percentage in 1 voercomponent.
Herfst: waarom extra aandacht voor koolhydraten?
De herfst betekent voor veel paarden:
- Minder weidegang of gras van lagere kwaliteit
- Meer hooi
- Minder beweging
- Soms langer op stal of gebruik van dekens
Toch blijft het krachtvoer in veel gevallen gelijk. Hierdoor ontstaat er een onbalans tussen energie-inname en -verbruik.
Bovendien is herfstgras onder invloed van koude nachten (<5°C) vaak onverwacht rijk aan fructanen. In combinatie met krachtvoer dat zetmeel en suikers bevat, kan dit leiden tot verstoring in de blinde darm met alle gevolgen van dien.
Veelgemaakte fouten in de praktijk
- “Alle paarden moeten onder 10% koolhydraten zitten” → Niet waar. Alleen gevoelige paarden hebben zulke restricties nodig.
- “Hooi is veilig” → Niet altijd. Jonge snedes of productief grasland leveren vaak suiker- en eiwitrijk hooi.
- “Krachtvoer mag standaard gegeven worden” → Onterecht. In de herfst en winter daalt de energiebehoefte van veel paarden, het krachtvoer moet daar ook op aangepast worden.
Voedingsaanpak per type paard
| Paardtype | Energiebehoefte | Koolhydraatstrategie |
|---|---|---|
| Recreatiepaard | Laag | Vezelrijk hooi, geen krachtvoer |
| Sportpaard | Hoog | Hooi + porties krachtvoer met gecontroleerd zetmeel/suiker |
| Herstel/ziek paard | Middel tot hoog | Extra energie via pulp/luzerne, verdeeld in kleine porties |
| IR/EMS/PPID-paard | Laag tot kritiek | NSK <10%, zetmeelvrij krachtvoer indien nodig, hooi-analyse vereist |
Praktische tips
- Laat ruwvoer analyseren op suiker- en eiwitgehalte
- Voer in kleine porties, zeker krachtvoer
- Pas krachtvoer aan het seizoen aan: minder werk = minder snelle energie nodig
- Observeer: mest, gedrag en spierconditie zijn belangrijke signalen
- Wees voorzichtig met herfstgras, vooral na koude nachten
Conclusie
Koolhydraten zijn noodzakelijk voor paarden, maar vragen om een doordachte aanpak. Zeker in de herfst, wanneer het voedselaanbod verandert en de energiebehoefte daalt, moet het rantsoen worden bijgestuurd. Door het verschil tussen snelle en trage koolhydraten te begrijpen, alert te zijn op fructaangehaltes, en het krachtvoer tijdig aan te passen, kun je het paard gezond, energiek en in balans de winter in helpen.
Tools & downloads
Energiecalculator in de ENC-app
Disclaimer:
🛈 Deze informatie en tools geven een richtlijn voor het gebruik van koolhydraten in het rantsoen van paarden. Ze vervangen geen persoonlijk advies van een voedingsspecialist of dierenarts. Observeer altijd het individuele paard en pas het rantsoen aan waar nodig.


