ENC Herfstprogramma Dag 10

Weerstand versterken bij seizoenswissel

Verhoog de weerstand van binnenuit, met brede focus op:

  • Luchtwegen
  • Darmgezondheid
  • Immuniteit
  • Eiwitkwaliteit
  • Managementfactoren
  • EN het herfstseizoen als keerpunt

In de zomer lijkt alles vanzelf goed te gaan: frisse lucht, zonlicht, beweging en vers gras ondersteunen als vanzelf de vitaliteit van je paard. Maar zodra de herfst begint, komt er langzaam een verschuiving. De weerstand van je paard krijgt nieuwe uitdagingen te verwerken — en wat je nu doet, bepaalt hoe sterk hij de winter ingaat.

Wat bedoelen we met ‘weerstand’?

Weerstand is het vermogen van het lichaam om zichzelf te verdedigen tegen externe invloeden (zoals virussen, bacteriën en schimmels) én interne verstoringen (zoals stress, voedingsonbalans of ontsteking). Het is een complex samenspel van het immuunsysteem, de darmgezondheid, de longen, de huid én de energiehuishouding.

Waarom de herfst een kantelpunt is voor de weerstand:

De herfst vraagt om aanpassing. Bij paarden betekent dat:

  • Minder zonlicht → lagere natuurlijke aanmaak van vitamine D
  • Hogere luchtvochtigheid → verhoogd risico op schimmels
  • Snelle en grotere temperatuurwissels (dag/nacht) → extra belasting op thermoregulatie
  • Veranderingen in voeding → vaak minder ‘vers’ en minder variatie
  • Minder beweging → tragere stofwisseling en afvoer van afvalstoffen
  • Vachtwissel→ hogere eiwitbehoefte

Het resultaat? Een periode waarin de weerstand daalt, zéker als het rantsoen of management niet mee evolueert.

Waarop kan je sturen voor een betere weerstand?

1. Darmgezondheid = immuungezondheid

Wist je dat ongeveer 70% van het immuunsysteem in de darmen zit? Een stabiele, diverse darmflora is dus onontbeerlijk. In de herfst kunnen wisselende voersamenstellingen (zoals overgang van gras naar hooi of voordroog) leiden tot fermentatieproblemen, waterige mest of een verstoorde zuurtegraad.

  • Voeg voldoende structuurvezel toe (vezelrijk hooi, esparcette, pulpvezels)
  • Overweeg levende gisten of prebiotica als de mestkwaliteit verandert
  • Vermijd snelle suikers of zetmeelpieken in het krachtvoer

2. Eiwitkwaliteit voor celherstel en immuniteit

Eiwitten zijn niet alleen bouwstenen voor spieren, maar ook voor antistoffen, enzymen en herstelprocessen. Tijdens de herfst (en zeker tijdens de vachtwissel) stijgt de behoefte aan lysine, methionine en threonine.

  • Analyseer of je ruwvoer voldoende verteerbaar eiwit bevat
  • Voeg indien nodig eiwitrijke, vezelrijke componenten toe zoals luzerne, esparcette of een goede balancer
  • Vermijd overvoeding met energie (vet/suiker) als het eiwitniveau te laag is

3. Oxidatieve stress beperken

Oxidatieve stress is een interne belasting van cellen door ‘vrije radicalen’. Dit gebeurt bij stress, zware inspanning, vervuiling, ontsteking… en jawel: bij het aanmaken van een wintervacht!

  • Zorg voor voldoende selenium, vitamine E en zink – maar ga niet supplementeren zonder inzicht!
  • Omega 3-vetzuren (zoals uit lijnzaad, visolie of theunisbloemolie) werken ontstekingsremmend
  • Kruiden kunnen ondersteunend werken, maar kies bewust: kurkuma, mariadistel, rozenbottel zijn goede keuzes maar geen wondermiddelen.

4. Beweging & rust in balans

Een paard dat te weinig beweegt, raakt moeilijk afvalstoffen kwijt en bouwt spanning op. Maar een paard dat structureel te veel of te intensief werkt (zeker zonder correcte opbouw), breekt ook weerstand af.

  • Zorg voor voldoende vrije beweging
  • Vermijd overtraining tijdens weersveranderingen
  • Wees alert op signalen van vermoeidheid, lusteloosheid of slechter herstel

Wanneer is actie vereist?

Let op deze signalen van verminderde weerstand:

  • Terugkerende luchtwegproblemen (kuchen/hoesten, neusuitvloeiing)
  • Slechte of onregelmatige verharing (niet overal gelijk)
  • Diarree of veranderde mest
  • Lusteloosheid of snel geïrriteerd gedrag
  • Slecht herstel na training
  • Hardnekkige hoef- of huidproblemen

Wist je dat?

Een paard met goede basisweerstand heeft:

  • een stabiele lichaamstemperatuur
  • een glanzende vacht (zelfs tijdens de rui)
  • een regelmatige, droge mest
  • heldere ogen en een ontspannen houding

Het zijn subtiele signalen – maar ze zeggen veel.

Wat kan jij vandaag al doen?
Kijk in de mest, check de vacht, observeer het gedrag. En pas je rantsoen aan vóórdat symptomen ontstaan.

Tools & downloads

Gerelateerde berichten

error: De inhoud van deze website is beschermd!