Als je 1 ding goed moet doen in het rantsoen, is het dit: voldoende vezelrijk, goed gekozen ruwvoer geven.
Wat telt als ruwvoer (en wat niet)?
Ruwvoer is geen officiële juridische voedingscategorie in Europa, maar wel een veelgebruikte praktische term. In de praktijk bedoelen we met ruwvoer:
Voedermiddelen die rijk zijn aan structurele vezels (NL: ruwe celstof)
en die bedoeld zijn als hoofdcomponent van het rantsoen, met een functie voor:
- de darmflora (fermentatie)
- speekselproductie (kauwtijd)
- thermoregulatie (warmteproductie)
- mentale rust
De droge stof moet grotendeels bestaan uit celwanden (NDF/ADF), met een aandeel onoplosbare vezels.
Wat telt als ruwvoer
| Soort | Valt onder ruwvoer? | Waarom? |
|---|---|---|
| Droog hooi (alle soorten) | ✅ Ja | Langstengelig, vezelrijk, basisrantsoen |
| Voordroog / kuilvoer | ✅ Ja | Vezelrijk + fermentatiegevoelig |
| Stro (tarwe, gerst, spelt…) | ✅ Ja | Structuur, traag verteerbaar |
| Luzerne (droog of gehakseld) | ✅ Ja | Vezelrijk, eiwitbron, langzaam |
| Esparcette | ✅ Ja | Tanninerijk ruwvoer met prebiotisch effect |
| Bietenpulp (gedroogd, geweekt) | ✅ Ja | Fermenteerbare vezels, darmondersteunend |
| Gras | ✅ Ja | Natuurlijke basis, afhankelijk van kwaliteit |
| Kaf / schilletjes | ✅ Ja | Structuur, minder voedzaam maar wel celstof |
| Hooi-pellets (zonder bindmiddelen) | ✅ Ja (voorzichtig) | Alleen als vezelvervanger in noodrantsoen |
Twijfelgevallen
| Soort | Valt onder ruwvoer? | Waarom? |
|---|---|---|
| Zemelen (tarwezemelen) | ❌ Niet als ruwvoer | Te fijn, weinig structuur, (plus hoog fosforgehalte) |
| Grasbrokken (gemalen, geperst) | ⚠️ Alleen bij gebrek aan langstengelig ruwvoer of in geval van problemen met kauwen, slikken of vertering | Vaak te fijn, maar bevat wel vezels |
| Sojahullen / haverkaf | ✅ Ja | Vezelrijk, wel beperkt voeren (lage energie) |
| Lijnzaadschilfers | ⚠️ Theoretisch vezelrijk, maar geen ruwvoer | Niet bedoeld als basisvoer |
| Hennepvezel of vlaslemen | ⚠️ Technisch ruwvoer, maar lage voedingswaarde | Kan koliek opwekken |
| Groenten en fruit | ❌ Geen ruwvoer | Te veel water, onvoldoende structuur |
| Kruiden (gedroogd) | ❌ Geen ruwvoer | Medicinale functie, te fijn, geen structuurbasis |
| Houtvezel / cellulose(poeders) | ❌ Geen voedzaam ruwvoer | Onverteerbaar, enkel als bulkvulling |
Wat met kruiden en vegetatie in en rondom de weide?
Veel paarden eten onderweg of in de weide graag kruiden, bloemplanten of wat wilde begroeiing.
Logisch dus dat de vraag opkomt: telt dat ook als ruwvoer?
Kort antwoord:
Nee, kruiden en vegetatie zijn geen ruwvoer in de betekenis die we hanteren bij rantsoenopbouw.
Maar ze kunnen wel functioneel bijdragen aan variatie en gezondheid.
Waarom zijn kruiden geen volwaardig ruwvoer?
- Ze bevatten onvoldoende structurele vezels om het kauwproces of de darmwerking te ondersteunen.
- Ze worden meestal in kleine hoeveelheden opgenomen (selectief gedrag).
- Ze missen de langstengelige structuur die nodig is voor speekselproductie en darmvulling.
- Hun droge stofgehalte is te laag (in verse vorm) of te geconcentreerd (in extractvorm) om als basisvoer te dienen.
Wat kunnen kruiden wél betekenen?
Kruiden kunnen, afhankelijk van de soort, bijdragen aan:
- de eetlust
- de stofwisseling
- de darm- en nierfunctie
- het immuunsysteem
- het gedrag (kalmte, focus, ontspanning)
Ook bepaalde wilde planten in de weide, zoals smalle weegbree, madeliefje, duizendblad of brandnetel, kunnen positieve effecten hebben. Ze bevatten vaak kleine hoeveelheden bioactieve stoffen (fytochemicaliën) of mineralen. Maar hun nutritieve bijdrage aan het rantsoen is beperkt.
Wanneer kunnen kruiden wel meetellen?
Kruiden kunnen tijdelijk of aanvullend deel uitmaken van het rantsoen, bijvoorbeeld wanneer:
- je een gedoseerde, doordachte kruidenmix voert (gedroogd)
- je bewust bepaalde planten inzaait in de weide (zoals esparcette, cichorei, smalle weegbree)
- je kruiden voert met een specifiek doel, zoals darmondersteuning of luchtwegverzorging
Toch blijft ook in die gevallen het uitgangspunt:
Kruiden vervangen geen hooi, stro, gras of andere volwaardige ruwvoeders.
Wat zegt de vegetatie over je weide?
Sommige planten wijzen op onderliggende problemen zoals zure bodem, verstoring, uitputting of overschot aan nutriënten.
Planten als ridderzuring, biggenkruid of herderstasje kunnen een signaalfunctie hebben — en dat is minstens zo belangrijk als hun voedzaamheid.
Tip: Medio september verschijnt ons nieuwe e-boek: Wat (on)kruid vertelt over je grasland
Waarom is ruwvoer zo belangrijk in de herfst?
In de herfst verandert het rantsoen vaak onbewust, terwijl de behoefte van het paard juist stijgt. Denk aan:
- Minder opname van gras (minder aanbod of lagere smakelijkheid)
- Hogere energiebehoefte door dalende temperatuur
- Lager vochtgehalte in het gras of hooi → verhoogt risico op verstopping
- Veranderende microbiota in de darm (minder suiker, andere fermentatie)
- Toename van stressfactoren (wisselende weidegang, meer wind, regen, kou)
- En een hogere druk op het immuunsysteem
Ruwvoer is de enige voedingsbron die al deze processen tegelijk ondersteunt.
Goed ruwvoer:
- houdt de darmen aan het werk
- voorkomt schommelingen in de bloedsuikerspiegel
- helpt tegen stress- of verveeld gedrag
- levert warmte via fermentatie
- ondersteunt het microbioom en daarmee de weerstand
Hoeveel ruwvoer heeft je paard dan nodig?
De basisrichtlijn voor gezonde volwassen paarden is:
1,5 tot 2% van het ideale lichaamsgewicht in droge stof (DS) per dag. Onderstaande ruwvoertabel geeft een voorbeeld van wat dat betekent per type paard.
| Type paard | Gewicht (kg) | DS behoefte/dag (kg) | Hooi/dag (kg bij 85% DS) | Voordroog/dag (kg bij 65% DS) |
|---|---|---|---|---|
| Recreatiepaard (lichte arbeid) | 500 | 7,5 – 10 | 8,8 – 11,8 | 11,5 – 15,4 |
| Sportpaard (matige arbeid) | 550 | 8,3 – 11 | 9,7 – 12,9 | 12,8 – 16,9 |
| Zwaar sportpaard (intensief) | 600 | 9 – 12 | 10,6 – 14,1 | 14 – 18,5 |
| Fokmerrie (dracht / onderhoud) | 550 | 8,3 – 11 | 9,7 – 12,9 | 12,8 – 16,9 |
| Fokmerrie (laatdracht) | 550 | 9 – 11,5 | 10,6 – 13,5 | 13,8 – 17,7 |
| Oudere sobere pony (rust) | 350 | 5,3 – 7 | 6,2 – 8,2 | 8 – 10,7 |
| Weidemaatje / stalgenoot | 450 | 6,8 – 9 | 8 – 10,6 | 10,4 – 13,8 |
Concreet voorbeeld: als jouw paard van 500 kg, recreatief bereden en getraind wordt
- heeft jouw paard iedere dag 7,5 tot 10 kg droge stof nodig
- met alleen hooi, voer je per dag ongeveer 9 tot 12 kg droog hooi (bij 85% DS)
- Of 12 tot 15 kg voordroog (bij 65% DS)
Met gras is het veel moeilijker in te schatten, omdat de samenstelling per weide, seizoen en moment varieert. Zeker in de herfst daalt het suikergehalte vaak, maar ook de vezelkwaliteit.
Maar… hoeveel is dat dan precies voor jouw paard?
Elk paard is anders.
De exacte behoefte hangt af van:
- Gewicht en conditie
- Activiteit en werklast
- Leeftijd en gevoeligheden
- Ruwvoertype (bijv. hooi vs kuil)
- Het doel van het rantsoen: onderhoud, herstel, opbouw
- Weidegang of volledige stalling
Daarom is het belangrijk dat je werkt met een ruwvoerberekening op maat – op basis van jouw paard zoals hij vandaag is, maar op basis van het ideale gewicht.
Dat betekent:
- heeft jouw paard een ideaal gewicht volgens type paard en rekening gehouden met de factoren die daarvoor mee bepalend zijn, dan bereken je de DS-behoefte op basis van het lichaamsgewicht
- heeft jouw paard over- of ondergewicht, dan bereken je de DS-behoefte op basis van het ideale gewicht volgens type en rekening gehouden met de factoren die daarvoor mee bepalend zijn
Wat kun je vandaag doen?
Je kunt in de ENC-app de Ruwvoercheck gebruiken, afgestemd op jouw paard.
Zo doe je dat:
- Open de tegel ‘Paarden’
- Selecteer je paard of maak een profiel aan
- Ga naar de tegel ‘Rantsoen’
- Vul het gewicht in (of laat het automatisch berekenen)
- Je krijgt meteen het berekende ruwvoeradvies in droge stof (DS) per dag
Deze berekening houdt rekening met:
- Gewicht en BCS
- Werklast
Je kunt ook bijhouden wat je voert:
– weeg een hooinet
– bekijk hoeveel ruwvoer overblijft of juist opgegeten wordt
– hou rekening met variatie tussen balen (vocht, structuur, samenstelling)
Samengevat
Ruwvoer is niet zomaar de basis — het is de motor onder het rantsoen.
Wat je in de herfst opbouwt, bepaalt of je paard straks met voorsprong of met vertraging de winter ingaat.
Hoe eerder je bijstuurt, hoe minder je straks moet corrigeren.
Wat jij vandaag checkt, is wat je paard morgen voelt.


