ENC Herfstprogramma Dag 7

PPID bij paarden: vroeg herkennen, verstandig ondersteunen

De herfst is voor veel paarden een tijd van aanpassing: kouder weer, veranderende voeding, minder beweging. Voor paarden met een onderliggende aandoening kan die overgang nét het verschil maken tussen stabiel blijven of klachten ontwikkelen. Eén van de belangrijkste, maar vaak te laat herkende aandoeningen is PPID – ook wel bekend als de ziekte van Cushing bij het paard.

Wat is PPID precies?

PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfunction. Het is een progressieve hormonale aandoening waarbij een deel van de hypofyse (de pars intermedia) abnormaal actief wordt. Dit gebeurt door het afsterven van dopamineproducerende zenuwen in de hersenen, waardoor de hypofyse minder geremd wordt en overmatig ACTH (adrenocorticotroop hormoon) begint te produceren.

Gevolg: een overproductie van cortisolachtige stoffen in het lichaam, die op langere termijn tal van systemen beïnvloeden – van stofwisseling en afweer tot vachtveranderingen, spiermassa en hoeven.

PPID komt vooral voor bij oudere paarden (15+), maar eerste tekenen kunnen zich al vanaf 10 jaar voordoen – en worden vaak gemist of verkeerd geïnterpreteerd.

Herken de signalen (vooral in de herfst!)

De eerste symptomen van PPID verschijnen vaak subtiel en verergeren seizoensafhankelijk, vooral in de herfst wanneer de ACTH-waarden fysiologisch pieken.

Vroege symptomen:

  • Abnormaal vroege of overmatige vachtgroei
  • Krullende, dichte of lang blijvende vacht (moeilijk verharen)
  • Verlies van (spier-)massa ondanks goede eetlust
  • Vetophopingen op atypische plekken
  • Lichte lethargie of verminderde prestatie
  • Langzamere wondgenezing

Gevorderde symptomen:

  • Hoefbevangenheid – hoeft niet altijd voedingsgerelateerd te zijn
  • Chronisch terugkerende infecties (luchtwegen, huid, tanden)
  • Verminderde vruchtbaarheid
  • Polyurie/polydipsie (veel drinken/plassen)
  • Afwijkende cyclus bij merries

Let op: één enkel signaal is zelden doorslaggevend, maar een combinatie van meerdere subtiele veranderingen is een reden om PPID te overwegen – zeker bij oudere paarden, pony’s en koudbloeden.

Waarom de herfst cruciaal is

In september-oktober is er een seizoensgebonden ACTH-stijging, ook bij gezonde paarden.
Maar bij PPID-patiënten is deze piek sterker, langduriger en ontregeld.

Daarom is het najaar hét moment om PPID op te sporen, met bloedonderzoek en observatie van de vacht- en gedragssignalen.

Waarom is herfst de juiste tijd om alert te zijn?

  • Vachtveranderingen vallen op: bij paarden met PPID komt de wintervacht vaak te vroeg, is deze krullerig of wisselt het paard onregelmatig.
  • Spierverlies wordt duidelijker: door minder beweging en kou verdwijnen spieren sneller, vooral zonder voldoende eiwitten met het juiste aminozuurprofiel.
  • Afweer daalt: PPID tast het immuunsysteem aan, waardoor infecties (zoals luchtwegproblemen) frequenter of ernstiger optreden.
  • Hoefproblemen pieken: PPID verhoogt het risico op hoefbevangenheid – net in een seizoen waar het verband met fructaan of voer minder duidelijk is.

Wat is het verschil met EMS?

PPID en EMS (Equine Metabolic Syndrome) worden vaak met elkaar verward, omdat beide aandoeningen vrijwel hetzelfde klinisch beeld vertonen:

  • Een verhoogd risico op hoefbevangenheid geven
  • Gepaard kunnen gaan met vetophoping in de manenkam, schouders of bij de staartbasis
  • Een verstoorde glucose- of insulinehuishouding veroorzaken
  • Voorkomen bij ogenschijnlijk “ronde” paarden zonder zichtbare klachten

Maar biologisch gezien zijn het fundamenteel verschillende aandoeningen:

KenmerkPPIDEMS
LeeftijdMeestal >15 jaar, soms al eerderVaak 5 – 15 jaar
OorzaakAfsterven dopamine-zenuwen in de hersenenInsulineresistentie (IR)
LichaamsconditieVaak mager met vetophoping op atypische plaatsenBijna altijd overgewicht
ManenkamSoms vetophoping maar niet noodzakelijkHarde manenkam, vetophoping in manenkam en schouderregio
VachtMogelijk: ‘vroege’ wissel van zomer- naar wintervacht, krullend (niet altijd), lang, dik (zgn. berenvel), vertraagde ruiNormaal
SpiermassaAfname, vooral de bovenlijnKan behouden blijven
Risico hoefbevangenheidHoogHoog
DiagnoseACTH (met seizoenstabel)Glucose-test / insulinerespons
BehandelingMedicatie (prascend) + aangepast dieetDieet en beweging, soms met ondersteunende medicatie

Belangrijk: de twee aandoeningen kunnen ook samen voorkomen. Zeker bij oudere paarden met EMS die nooit opgevolgd werden, kan PPID zich later ontwikkelen als secundaire aandoening. Andersom kunnen paarden met PPID ook insulineresistent zijn.

Wat kun je nu al doen?

Observeer kritisch:
Let op gedrag, vacht, bespiering en algemene fitheid. Vooral bij paarden > 10 jaar die iets ‘anders’ ogen.

Bekijk je paard objectief:
Gebruik de BCS en TES-kaart om vet en spiermassa apart te beoordelen.

Overweeg een ACTH-test:
Bij twijfel: vraag je dierenarts om bloedonderzoek te doen, liefst in de periode september – november wanneer ACTH-niveaus het meest indicatief zijn.

Pas het rantsoen aan:
→ Eiwitkwaliteit optimaliseren
→ Suikers beperken (vooral bij EMS-gevoeligheid)
→ Supplementen afstemmen op de behoefte, niet op het aanbod

Kan je PPID natuurlijk ondersteunen?

Ja en nee. Je kan PPID op een natuurlijke wijze niet behandelen, afremmen of genezen.
In milde of vroege stadia kan je met rantsoen en leefstijl wél:

  • De weerstand verbeteren
  • De spiermassa zo goed mogelijk behouden
  • Schommelingen in energie en gedrag stabiliseren
  • Hoefbevangenheid voorkomen via een NSK-arm dieet. (laag in suikers en niet structurele koolhydraten)

Maar let op:

  • Kruiden zoals chasteberry (Monnikspeper) kunnen symptomen maskeren zonder het ziekteproces af te remmen
  • Niet behandelen betekent progressie van schade

Medicatie (zoals Prascend = pergolide) is in veel gevallen onmisbaar, en dat mag niet worden uitgesteld “omdat het nog niet zo erg lijkt”.

Wat doet pergolide bij PPID?

Pergolide is een dopamine-agonist. Dat betekent: het bootst de werking van dopamine na in de hersenen van het paard.

Bij paarden met PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction) zien we een verminderde dopamine-afgifte vanuit de hypothalamus. Daardoor raakt een specifiek deel van de hypofyse (de pars intermedia) overactief en produceert het te veel hormonen zoals ACTH (adrenocorticotroop hormoon).

Dit leidt tot de klassieke PPID-symptomen:

  • krullende, lange vacht
  • spierverlies
  • lusteloosheid of sloomheid
  • hoefbevangenheid
  • verhoogde infectiegevoeligheid
  • veranderde vetverdeling
  • slechte wondgenezing

Pergolide remt deze overactiviteit van de pars intermedia door de rol van dopamine over te nemen, en zo de hormoonproductie weer in balans te brengen.

Toediening:

Pergolide is het actieve bestanddeel van het merkmedicijn Prascend®, de enige officieel erkende medicamenteuze behandeling van PPID bij paarden.

Zijn er alternatieve manieren?

Ja, maar die zijn vooral ondersteunend, niet vervangend (tenzij in héél vroege of milde gevallen). Ondersteunende maatregelen hebben geen remmende werking op de hypofyse, maar helpen het lichaam om te gaan met de gevolgen van hormonale ontregeling.

Voorbeelden van ondersteunende maatregelen:

  • Aanpassing van voeding (lage suiker/zetmeel, extra eiwitten en antioxidanten)
  • Gewichtsmanagement
  • Beweging binnen de grenzen van het paard
  • Vacht- en hoefverzorging
  • Suppletie (bijv. magnesium, antioxidanten, omega 3, adaptogenen zoals ashwaganda of rhodiola)

Maar: dit vervangt geen pergolide als de aandoening al gevorderd is.

Is er een andere behandeling?

Er wordt inderdaad onderzoek gedaan naar alternatieven voor pergolide. De meest besproken in recente studies is:

Cabergoline

Een andere dopamine-agonist die bij mensen én honden al gebruikt wordt voor gelijkaardige aandoeningen. Bij paarden is het gebruik nog experimenteel – het kan bijwerkingen geven zoals verminderde eetlust en apathie, net als pergolide, maar het is mogelijk krachtiger én langer werkend.

  • Er loopt onderzoek naar dosering, veiligheid en effectiviteit
  • Mogelijk geschikt voor paarden die niet goed reageren op pergolide

-> Nog niet goedgekeurd voor gebruik bij paarden in Europa.

Samengevat

BehandelingWerking op hypofyseStatusOpmerkingen
Pergolide (Prascend)Ja (remt ACTH-productie)Officieel erkendMeest effectief bij gevorderde PPID
CabergolineJa (krachtigere dopamine-agonist)Niet erkend (experimenteel)Mogelijke opvolger, meer studies nodig
Kruiden / supplementenNee. OndersteunendComplementairGeen directe rem op hormonen

Tools & Downloads

Gerelateerde berichten

erreur : Le contenu de ce site web est protégé !